bertopwereldreis75.reismee.nl

Verwondering en verbeelding in de tijd brengt je overal

Een kakofonie aan geluiden op 11.000 meter in de lucht. Ik zit op de vlucht van Amman naar Abu Dhabi, met stopover, naar Kathmandu. Het toestel is vol, 280 mensen waarvan zeker eenderde kinderen. Zij schreeuwen, trekken aan je stoel, spelen met hun gameboy, geluid hard. Bij het inchecken had ik al gezien dat er veel kinderen waren die hun ouders duidelijk de baas waren. Een jongen van de luchtvaartmaatschappij fluisterde mij in “ zij produceren hier veel, maar voeden ze niet op. Hij heeft de spijker op zijn kop geslagen, die nijging had ik ook in het vliegtuig, hoewel het niet op een spijker was. Het terugkerende probleem met mijn ticket was uiteraard geen probleem.  De vlucht was wel vertraagd,  waardoor ik in AbuDhabi op het vliegveld moest overnachten en de volgende dag naar Kathmandu vlieg. Ik begin in mijn reisritme te komen, dit hoort erbij. Na het inchecken in Amman loop ik door een haag van mensen die afscheid van elkaar nemen. De rituelen zijn anders, maar afscheid nemen is van alle tijden en culturen. Ik kijk nog even om, ik denk aan mijn ouders. Zij gingen altijd mee om mij “uit te zwaaien”, waren er altijd als ik terugkwam. Zij zeiden niet veel, een hand van mijn vader en een knuffel van mijn moeder. Zij zei altijd “ ik zal blij zijn als je terug bent” met tranen in haar ogen. Achteraf bleek dat zij alles van mijn reizen heeft bewaard en bijgehouden. Na hun overlijden zag  ik dat zij alle ansichtkaarten en brieven die ik op mijn reizen had gestuurd in een doos had bewaard. Ook ansichtkaarten en brieven die ik aan oma had gestuurd zaten in dezelfde doos. Verder had zij van alle reizen notities gemaakt in haar kleine agendaatje, route uitgetekend in schrift met stippellijn naar plaatsen, met naam, waar ik naar toe ging of was geweest. Een kostbaar en dierbaar document. Ik heb een kast vol met kleine potjes staan, van ieder reis nam ik altijd een klein potje voor mijn moeder mee. Deze staan nog steeds te pronken in mijn kamer. Terwijl ik dit schrijf, mis ik ze. De vlucht naar Kathmandu, met naast mij een Nepalese jongetje van 1 jaar op schoot bij moeder. Het enige wat hij deed was lachen, prevelen en mijn hand zoeken. Wij hadden veel lol samen. Zo kan het ook gaan. Aankomen in Kathmandu is aankomen in een andere wereld. Jordanië mag dan chaotisch zijn, hier 10 maal meer. Uit het vliegtuig, 10 minuten lopen over vliegveld, langs bureaucratisch douane. Ik had een visum maar daar reageerde de ambtenaar niet op. Door paspoort snuffelen, weer naar visum kijken en weer snuffelen, uiteindelijk komt hij bij de foto van Esther en Miriam achterin mijn paspoort. De dooi treedt in. Your Kids?  Yes, Daughers?  Yes, more childeren? No, Married? Yes, your wife not with you? NO. Hij kijkt mij nog even aan, pakt zijn stempel en met een harde klap eindigt deze in mijn paspoort. Welcome in Nepal. De bagage wordt met open karretjes aangevoerd,  gelukkig kon ik al zien dat mijn reistas erbij ligt. Van de band geplukt en op zoek naar iemand die mij zou ophalen. Niet te vinden, hij zou met een naambordje buiten op mij wachten. Ik loop rond, niemand te zien. Uiteraard levert dat een zwerm van taxichauffeurs op, die mij allemaal een ritje gunnen. Ik zeg dat ik opgehaald zou worden, een taxichauffeur vraagt mij wie, ik geef de naam van het hotel. Hij belt en zegt, zij komen eraan. Inderdaad, even later komt een mini autootje mij ophalen en naar hotel brengen. Het verkeer is een onbeschrijfelijke hectiek, alles rijdt kris kras door en langs elkaar, geen regels, je neemt voorrang en als je die niet krijgt toeter je. Het hotel ligt midden in Thamel, een bekend backpackbestemming. Prima hotel, fijne kamer. Ik ga vroeg slapen, merk dat reizen in de tijd vermoeiend is. Iedere plaats waar ik naar toe ga is een sprong vooruit in de tijd. Van een naar twee en nu 3.45 uur tijdsverschil. Mijn biologische klok moet zich steeds resetten. Hoe verder ik ga, hoe meertijdsverschil, tot Japan, dan haal ik de tijd weer in. Het betekent voor mij vooral onrustige nachten. Een wens van mij in Kathmandu, naar de Bouddhanath, de Buddha stupa te gaan. Ik was daar 30 jaar geleden en deze Tibetaanse tempel heeft toen grote indruk op mij gemaakt. Ik sta de volgende ochtend vroeg op, de temperatuur met hoge vochtigheid neemt toe naarmate de dag verstrijkt en dan krijg je na het middaguur een hele klamme deken over je heen. De rit naar de stupa is een belevenis en avontuur. Ik rij tijdens de Office time, zoals de taxichauffeur de tijd tussen 07.00- 10.00 noemen. Het is een grote stroom van toeterende bussen, auto’s en vooral heel veel motoren. Er is bijna geen fiets meer te zien, dit in tegenstelling tot 30 jaar geleden, toen reden uitsluitend fietsen en weinig gemotoriseerd verkeer. Alle stadstaxi’s zijn hele kleine Suzuki’s, ik zit met opgetrokken knieën voorin, achterin kan ik ze niet kwijt. Uiteraard start een rit met een onderhandeling, taxichauffeur zegt een prijs, ik zeg nee, moet een prijs noemen, dat doe ik, hij zegt nee dan nog twee ronden ja/nee en de rit is bezegeld. Meestal de helft of een derde van de prijs die hij genoemd heeft. De auto vult zich met uitlaatgassen, ramen staan open, dicht heeft geen zin. Het komende half uur gaat zigzaggend en  toeterend langs het andere verkeer. Bij de stupa aangekomen zie ik trap omhoog met 365 treden, bovenaan de contouren van de tempel. Ik loop omhoog, kom steeds dichterbij. Halverwege zie ik de ogen die zo kenmerkend zijn voor deze stupa.  Als ik boven ben en oog in oog sta, ben ik geraakt, het is voor mij een intense beleving opnieuw bij deze stupa te zijn. Ik begin mijn rondje om de stupa, de ogen volgen mij overal, uit elke hoek kijken de ogen je aan. Het is nog rustig, weinig toeristen, wel lokale bevolking.Ik ben blij hier te zijn en dit opnieuw te mogen beleven. Ik loop een Tibetaanse tempel binnen,  die ook op het plein staat. Naar boven gelopen, daar een boven aanzicht van de stupa. Plotseling voel ik een hand die vanachteren mijn bovenarm aanraakt. Een oude vrouw, krom gebogen, verweerd gezicht kijkt mij aan en prevelt een aantal teksten die ik niet versta, wel begrijp. Het gaat over de Dalai Lama, zijn foto hangt aan de muur. Haar handen gaan gevouwen naar haar voorhoofd, dan ter hoogte van haar hart, zij doet dit een aantal keren. Ik doe met haar mee, zij kijkt mij stralend aan en kust mijn hand. Graag had ik haar verteld dat ik tot driemaal toe de Dalai Lama heb ontmoet, wie weet zij het aangevoeld. Als ik later naar beneden ga, nu de trap af, zie ik haar halverwege langzaam en moeizaam naar benden gaan. Vele mensen passeren haar, niemand gunt haar een blik waardig, laat staan mededogen. Ik passeer haar, steek mijn arm uit, die zij dankbaar vastpakt. Zuchtend en steunend loopt zij samen met mij de trap af. Beneden, laat zij los, mompelt iets van thak yo, haar ogen zeggen meer, een liefdevolle blik krijg ik mee als afscheid. Ik ga lunchen, ben onder de indruk van deze ochtend.  Eind van de middag besluit ik om ook naar de Swayambhunath stupa te gaan, de Monkey tempel omdat dit complex bezaaid is met apen. Alles goed gecontroleerd, geen eten in de rugzak, camera tegen de borst gehouden. Uit ervaring weet ik dat deze apen agressief kunnen reageren, vooral als zij denken dat je eten bij je hebt. Carla is een keer door zo’n aap gebeten toen wij op Bali’s het Ubun Monkey forest bezochten. Ik had dus mijn lesje geleerd. Het complex is prachtig, indrukwekkend, de beleving is minder intense dan de Buddha stupa. Het is veel drukker, vooral toeristen uit India, die opnieuw met de rug naar de Swayambhunath staan, selfie in aanslag en knippen. Hoofd links, rechts, omhoog kijken, hand uitsteken of je de stupa op je hand draagt enz.enz. Het is alsof ik naar een comedie kijk. Ik was hier om de zonsondergang te zien, de zon is zeker ook op reis achter de wolken. Het is moessonperiode, het begon te regenen en dan komt het gelijk met bakken uit de lucht. Straten lopen onder, na een uur is het weer voorbij, water loopt uit de straten, onduidelijk waar naartoe. Terug in hotel, traditioneel Nepalees gerecht gegeten, Dal Bhat, in receptenboek volgt het recept. Het is heerlijk. Moe en voldaan ga ik slapen, morgen naar Patan en Durban square. Daar zijn op grote pleinen mooie tempels te zien, helaas ook restanten die de aardbeving van 2015 niet hebben overleefd. Worden gerestaureerd. Ik ga het zien. So far so good. Ik reis en geniet. 


P.s. Casper en Felix welterusten, slaap lekker en droom van mooie reizen.


Reacties

Reacties

Ester

Ik geniet en reis met je mee. Heerlijke verhalen.

Je lief

❤️

Hans

Mooi verhaal weer Bert! Je zinnen bereiken zonder vertraging mijn zintuigen, waar jij gaat ben ik ook via je gedetailleerd beschreven ontmoetingen. Dank je wel! Hans

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!